BIJLAGE 5 GARANTIE- EN OVERGANGSREGELING SENIORENVERLOF Ex artikel 34. 2 A en 6. 10 B en C 1 De overgangs- en garantieregeling rondom het seniorenverlof geldt voor werknemers in dienst op 1 januari 2009 en ziet er als volgt uit: a De aanspraak op leeftijdsverlof, respectievelijk vitaliteitbudget van 36 uur per jaar tot de AOWgerechtigde leeftijd herleeft (artikel 3.5, 4.2 en 6.10 van deze Cao). b De werknemers die gebruik maken van de OBU en de werknemers die ouder zijn dan de AOWgerechtigde leeftijd, hebben geen recht op seniorenverlof. c In 2009 heeft iedere werknemer van 55 jaar en ouder, naast de 36 uur leeftijdsverlof, recht op 152 uren seniorenverlof op jaarbasis, naar rato van een 36-urig dienstverband vanaf het bereiken van de leeftijd van 55 jaar. In 2010 heeft deze werknemer recht op 119 uren seniorenverlof en vanaf 2011 heeft deze werknemer recht op 73 uren seniorenverlof. d Deze werknemer kan in 2009 de eenmalige keuze maken om de EJU-stijging in te zetten voor het aanvullen van het seniorenverlof tot 152 uren. e Die keuze houdt in dat in 2010 2% stijging van de EJU wordt ingezet, en vanaf 2011 4,8% stijging van de EJU wordt ingezet, zie artikel 6.10 van de Cao. Deze keuze geldt tot einde dienstverband of het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. f De werknemer die in 2010 de leeftijd van 55 bereikt, heeft vanaf het bereiken van die leeftijd in 2010 recht op 119 uren seniorenverlof en in 2011 recht op 73 uren seniorenverlof en heeft de eenmalige keuze om de EJU-stijging van 2,8% in te zetten voor het aanvullen van het seniorenverlof tot 119 uren, zie artikel 6.10 van de Cao. Deze keuze geldt tot einde dienstverband of het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. g De werknemers die in 2011 en 2012 de leeftijd van 55 bereiken, hebben recht op 73 uren seniorenverlof. h De werknemer dient uiterlijk drie maanden voor het bereiken van de leeftijd van 55 jaar een keuze te maken. i Voor huidige 55-plussers dient deze keuze voor 1 oktober 2009 te worden gemaakt. j Deze afspraken gelden op jaarbasis, naar rato van een 36-urig dienstverband vanaf het bereiken van de leeftijd van 55 jaar. k Werkgever en werknemer spreken in overleg af hoe de uren worden opgenomen. Daarbij spelen het bedrijfsbelang en eerder gemaakte afspraken met de werknemer een rol. l Het seniorenverlof moet in het desbetreffende kalenderjaar worden opgenomen. Het seniorenverlof dat aan het eind van het kalenderjaar niet is opgenomen, vervalt. CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2014 - 2016 197 Pagina 196

Pagina 198

Heeft u een presentatie, bladerbrochure of online whitepapers? Gebruik Online Touch: pdf online uitgeven.

CAO WMD Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication