W&MD Bijlage 15/ CAO W&MD 2014 g Indien het arbeidsongeschiktheidspercentage van de werknemer toeneemt nadat tenminste vier weken zijn verstreken na de onder sub c en d bedoelde periode en de werknemer tot dat moment over het toegenomen deel tevens loon uit arbeid ontving, ontvangt de werknemer eveneens de onder sub b en c bedoelde doorbetaling, maar slechts over het toegenomen arbeidsongeschiktheidspercentage. 2 a Als en voor zover de werknemer, als gevolg van de in lid 1 genoemde omstandigheden, recht heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet, wordt het bedrag van deze uitkering in mindering gebracht op de betaling, zoals bedoeld in het eerste lid. b Heeft de werknemer, als gevolg van de in lid 1 genoemde omstandigheden, recht op een uitkering ingevolge de WAO, of op arbeidsongeschiktheidspensioen volgens de PGGM-regeling, of op een samenloop van de bedoelde uitkeringen – eventueel in combinatie met een uitkering volgens de Werkloosheidswet –, dan wordt het in lid 1 bedoelde recht op doorbetaling van 100% of 85% van het nettosalaris omgezet in de betaling van een aanvulling op deze uitkering(en) tot genoemde percentages van het nettosalaris. Als de werknemer nalaat zijn recht op een uitkering volgens de genoemde wetten te realiseren, dan vindt de aanvulling plaats alsof deze aanspraak wel is geëffectueerd. c Heeft de werknemer, als gevolg van de in lid 1 genoemde omstandigheden, uitsluitend recht op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, dan kan hij geen aanspraak maken op de doorbetaling dan wel de aanvulling, zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 sub b. 3 De inkomsten die de werknemer in of buiten dienstbetrekking heeft ontvangen voor verrichte werkzaamheden in de tijd dat hij – mits hij daartoe in staat was – de afgesproken arbeid had kunnen verrichten, worden in mindering gebracht op de doorbetaling of aanvulling, zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 sub b. 4 Het laatste netto salaris, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, is het salaris dat wordt afgeleid van de som van: a het bruto maandsalaris dat de werknemer ontvangt op het moment dat de reden waardoor de werknemer verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, zoals bedoeld in het eerste lid, ontstaat; b overige loonbestanddelen volgens de dagloonregelen van de ZW en de WAO. De hoogte van deze loonbestanddelen wordt op maandbasis gemeten over een periode van drie maanden voorafgaande aan de maand waarin de verhindering, zoals bedoeld in lid 1, is ontstaan. De werknemer behoudt gedurende de in lid 1 genoemde perioden recht op vakantietoeslag, onder aftrek van de op grond van enige bij of volgens de wet geldende verzekering en de volgens de PGGM-pensioenregeling toegekende vakantietoeslag. 5 Bijstelling van het in lid 1 en 2 genoemde nettosalaris vindt plaats: a als het bruto maandsalaris verandert door: – toepassing van de voor de werknemer geldende salarisregeling (als ware hij niet arbeidsongeschikt); b door fiscale wijzigingen en wijzigingen in de sociale verzekerings- en pensioenpremies, voor zover deze bij de werknemer zouden worden ingehouden in geval van arbeidsgeschiktheid. – aanpassing van het bruto maandsalaris aan de algemene loonontwikkeling van de Cao; 338 van 347 Pagina 337

Pagina 339

Heeft u een publicatie, virtual paper of e-studiegidsen? Gebruik Online Touch: verenigingsblad online plaatsen.

CAO WMD Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication