W&MD Bijlage 15/ CAO W&MD 2014 Werkweken met een variabele arbeidsduur, waarbij maximaal een negende deel van de vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week naar boven of naar beneden kan worden afgeweken. Aan het eind van het desbetreffende kalenderjaar mag er geen urensaldo resteren, tenzij werkgever en werknemer andere afspraken hebben gemaakt. Modaliteit 3 Andere werktijdenregelingen waarvoor instemming van de OR overeenkomstig artikel 27 WOR nodig is. De werkgever die voor een individuele werknemer een werktijdenregeling wil instellen waarbij voor meer dan een negende deel wordt afgeweken van de vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week, kan deze wijziging alleen laten plaatsvinden met instemming van de werknemer. 3 Nadat de werkgever, met instemming van de OR overeenkomstig artikel 27 WOR, een keuze heeft gemaakt uit bovenstaande modaliteiten: – stelt de werkgever, als er een keuzemogelijkheid is in overleg met de werknemer, de individueel toepasselijke modaliteit vast; – én stelt de werkgever, als het gaat om een werktijdenregeling zoals beschreven in de modaliteiten 2, 3 en de modaliteit in artikel 3.8 lid 2, na overleg met de werknemer de individuele werktijdenregeling vast. 4 5 Als de inhoud van lid 1 of 2 leidt tot een wijziging van de werktijden die met de individuele werknemer zijn afgesproken, moet de werknemer daarmee instemmen. a Als de werknemer arbeidsongeschikt raakt of als hij verlof met behoud van salaris geniet, blijft de afgesproken werktijdenregeling gelden. b In het geval van de modaliteiten 1, 2 en 3 en de modaliteit in artikel 3.8 lid 2 betekent dit: – dat wanneer de werknemer arbeidsongeschikt is of als hij betaald verlof geniet, de opbouw van extra gewerkte uren op de gebruikelijke wijze en volgens de geldende werktijdenregeling plaatsvindt; – én dat als bovenstaande zich voordoet op het tijdstip waarop de werknemer de extra vrije tijd zal opnemen, de aanspraak hierop komt te vervallen. c De werkgever kan een afwijkende regeling vaststellen (zie artikel 1.3), wat betekent: – dat wanneer de werknemer arbeidsongeschikt raakt of als hij betaald verlof geniet, de opbouw van extra gewerkte uren niet op de gebruikelijke wijze en volgens de geldende werktijdenregeling plaatsvindt; – én dat als de werknemer arbeidsongeschikt is op het tijdstip dat hij de extra vrije tijd zal opnemen, de aanspraak hierop niet komt te vervallen, maar op een ander tijdstip kan worden opgenomen. 6 Als het tijdstip waarop de werknemer de extra gewerkte uren opneemt niet voortvloeit uit de werktijdenregeling, stelt de werkgever de werknemer in de gelegenheid de extra gewerkte uren binnen het desbetreffende kalenderjaar op te nemen. Dit gebeurt in de vorm van doorbetaalde uren extra vrije tijd. Als de werknemer geen gebruik maakt van deze gelegenheid, stelt de werkgever na afloop van het kalenderjaar vast wanneer de extra gewerkte uren als doorbetaalde uren extra vrije tijd kunnen worden opgenomen. 326 van 347 Pagina 325

Pagina 327

Scoor meer met een e-commerce shop in uw PDF's. Velen gingen u voor en publiceerden jaarverslagen online.

CAO WMD Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication