Ik ben trots op de hele sector Je kan trots zijn op je leidinggevende, op je organisatie of op collega’s. In deze rubriek vertelt Herman Waagmeester (64) waar hij trots op is: de hele branche. Hij heeft allerlei functies bekleed in de branche en was als laatste directeur van Versa Welzijn. Bovendien maakte hij deel uit van de cao-tafel Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening. ‘In 1972 kwam ik bij het opbouwwerk terecht. Mijn eerste baan was in een woonschool-achtige situatie. Alle mensen met problemen werden in een wijk bij elkaar gezet en wij vingen hen op. Wij moesten hen resocialiseren. Lukte dat, dan mochten mensen weer naar huis naar elders in de stad (terug)verhuizen. Als je die aanpak afzet tegen de huidige denk- en werkwijze, dan zie je grote verschillen. Maar belangrijker: je ziet ook een rode lijn. Toen heette het resocialisatie. Nu zetten we mensen in hun kracht. Toen organiseerden wij alles voor bewoners en kwamen we als een soort belangenbehartigers voor hen op. Dat was in feite erg tegenstrijdig: mensen proberen te emanciperen, maar wij hadden de regie. Nu is dat allemaal anders: minder paternalistisch. We vinden nu meer dan ooit dat mensen zelf mee kunnen denken én werken aan een oplossing. De regie is naar burgers verschoven. Maar in feite hebben we met z’n allen altijd geprobeerd om mensen weer zeggenschap over hun eigen leven te geven. Herman Waagmeester in de jaren zeventig Door wrijving ontstaat glans Dit is ook niet de eerste bezuinigingsoperatie waar we mee te maken krijgen. Begin en midden jaren tachtig stond Nederland er economisch slecht voor en keken we tegen grote bezuinigingen aan. Ik ga er altijd vanuit dat we in elke situatie weer kansen krijgen. Daar sta ik niet alleen in, want dat zie ik in de hele branche terug. Door wrijving ontstaat glans. Dat gebeurde destijds en nu weer. In die tijd presenteerden we een alternatief voor de bezuinigingen, zodat de kern van ons werk overeind bleef. Dat leidde tot een fusie en een nieuwe aanpak. Je ziet dat in deze tijd hetzelfde gebeurt: in de branche hoor ik veel positieve geluiden over de transitie. Vooral als het om kansen voor het welzijnswerk gaat. Herman Waagmeester anno nu Verbinden, flexibiliteit en veerkracht Welzijnswerk heeft meer dan overtuigend laten zien te beschikken over een grote flexibiliteit en veerkracht. Wat nog belangrijker is: welzijnswerk kan als geen andere branche verbinden: met bijvoorbeeld onderwijs, ouderenzorg, politie, woonsector. Dat is wat we altijd hebben gedaan en dat is vooral in deze tijd erg belangrijk. We kunnen laten zien dat we in staat zijn om mensen te helpen zelf actie te ondernemen. Wij kunnen op een goede manier ondersteuning te bieden. Mensen werken allemaal vanuit een enorme betrokkenheid. Als het burgers goed gaat door hun inzet, hebben ze wat gewonnen. Dat vind ik prachtig om te zien. Ik zie ook best dingen die niet goed zijn gegaan. Dan denk ik aan de jaren negentig waarin mensen dreigden te verworden tot ‘producten’. Gelukkig gaan we daar weer vanaf. We kunnen naar mensen kijken. Zorgen dat zij weer grip op hun leven krijgen. En dat gaat ons lukken ook. Want net als zoveel collega’s heb ik mensen op mijn netvlies die ver zijn gekomen, die zijn gegroeid. Niet alleen de mensen die we hebben geholpen, maar vooral ook de mensen in de branche zelf.’ HErman waagmeester 23 Pagina 22

Pagina 24

Heeft u een presentatie, pagegangster of online handleidingen? Gebruik Online Touch: folder online bladerbaar uitgeven.

FCB Magazine WMD zomer 2014 Lees publicatie 10436Home


You need flash player to view this online publication