W&MD Bijlage 15/ CAO W&MD 2014 b ex-werknemer zijn van de instelling en nog geen twee jaar uit dienst zijn; c werkzaam zijn als vrijwilliger binnen de instelling. 3 13.8 1 Voor ‘bestuur’ als genoemd in de voorgaande leden wordt ‘Raad van Toezicht’ of ‘Raad van Commissarissen’ gelezen indien de directievoering is opgedragen aan het bestuur. Vakbondsverlof De werknemer die lid is van een werknemersorganisatie, partij bij de Cao, heeft op schriftelijk verzoek van deze organisatie recht op buitengewoon verlof met behoud van salaris. Dit verlof is bedoeld voor het deelnemen aan werkzaamheden of bijeenkomsten, en vormings- en scholingsdagen georganiseerd door de werknemersorganisatie. Dit geldt niet als de te verrichten werkzaamheden zich naar het oordeel van de werkgever daartegen verzetten. 2 Jaarlijks is voor de in het eerste lid van dit artikel bedoelde activiteiten een verloftegoed per instelling beschikbaar voor alle binnen die instelling werkzame werknemers tezamen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Dit verloftegoed is afhankelijk van de omvang van de instelling en bedraagt per jaar: Omvang instelling Minder dan 20 werknemers 21 tot en met 300 werknemers 301 tot en met 600 werknemers 601 tot en met 1.000 werknemers Meer dan 1.000 werknemers Vakbondsverlof 10 dagen 0,5 dag per werknemer 0,5 dag per werknemer, maar maximaal 200 dagen 250 dagen 300 dagen 3 Wenst een zodanig groot aantal leden in aanmerking te komen voor het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verlof dat toekenning van dit verlof aan hen allen de voortgang van de werkzaamheden in de instelling ernstig zou belemmeren, dan kan de werkgever zich met die vraag richten tot het hoofdbestuur van de desbetreffende werknemersorganisatie. Deze zal bepalen welke leden voor het bedoelde verlof in aanmerking komen. 4 Is aan het deelnemen aan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde werkzaamheden/bijeenkomsten/vorming- en scholingsdagen een financiële vergoeding – met uitzondering van een kostenvergoeding – verbonden, dan is de werknemer verplicht deze vergoeding, op voorwaarde dat deze wordt genoten in verband met de tijdens het buitengewoon verlof als kaderlid verrichte werkzaamheden, aan de werkgever af te dragen. Dit tot een maximumbedrag dat gelijk is aan de door de werkgever op te brengen bruto loonkosten over de tijd waarin het buitengewoon verlof wordt genoten. 5 De werkgever deelt een afwijzing van een verzoek om toekenning van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verlof schriftelijk en gemotiveerd mee aan de werknemer. 300 van 347 Pagina 299

Pagina 301

Scoor meer met een online shop in uw nieuwsbrieven. Velen gingen u voor en publiceerden brochures online.

CAO WMD Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication